Hoe schrijf je geschiedenis voor een online publiek?
Digital storytelling is geen marketingtruc, maar een eeuwenoude kunst in een nieuw jasje. Wat werkt, wat niet, en hoe je er vandaag nog mee aan de slag kan.


Dit artikel is gebaseerd op mijn onderzoek naar de bruikbaarheid van de verhalensectie op CollectieGelderland, uitgevoerd in het kader van een stage bij Erfgoed Gelderland (2021). Wil je het gehele onderzoek lezen? Stuur mij een berichtje!
Verhalen geven vorm aan onze identiteit. Ze verbinden volkeren met hun ontstaan, hun helden, hun gedeelde geheugen. Gilgamesh, Herakles, Luke Skywalker; het zijn varianten van hetzelfde archetype die dezelfde reeks aan beproevingen doorlopen die Joseph Campbell omschreef als de hero's journey.
Nu, duizenden jaren later, is het probleem niet dat we minder verhalen hebben. Het probleem is eerder het tegenovergestelde: we worden er mee overspoeld. Een collectieplatform als CollectieGelderland met meer dan een half miljoen voorwerpen kampt daarmee. De objecten zijn er. De verhalen liggen voor het oprapen. Maar hoe zorg je dat iemand blijft lezen?
"Het doel van storytelling is niet informeren. Het doel is raken."
Storytelling draait om emotionele betrokkenheid. Mensen zijn van nature meer geïnteresseerd in wat iemand anders is overkomen dan in droge feiten over hetzelfde onderwerp. Zodra je een personage introduceert (iemand waar de lezer zich in kan verplaatsen) verandert een informatieve tekst in een ervaring.
Verhalen over cultureel erfgoed zijn vanuit dat oogpunt bijzonder effectief. Ze verbinden mensen met eerdere generaties en weten vrijwel altijd persoonlijke herinneringen op te roepen. Een oorlogsfoto is een document. Maar het verhaal van wie die persoon op de foto was, wat hij at en waar hij van droomde. Dat maakt het echt.
Tip voor je eigen verhaal
Begin niet met de feiten. Begin met een moment. Niet "In 1944 werd Arnhem zwaar beschadigd", maar "Op de ochtend van 17 september keek Marie vanuit haar raam en zag ze vliegtuigen. Meer dan ze ooit had gezien." De feiten kunnen daarna komen. Eerst de haak.
De term klinkt groots, maar het concept is simpel. Digital storytelling is hetzelfde eeuwenoude verhaal vertellen, maar met behulp van digitale middelen: afbeeldingen, audio, video, interactieve elementen. Europeana omschrijft het als de moderne toepassing van de oeroude kunst van het vertellen van een verhaal, nu verweven met gedigitaliseerd stilstaand en bewegend beeld en geluid.
Wat dat in de praktijk betekent kan sterk variëren. Een fotogalerij met onderschriften is een vorm van digital storytelling. Maar dat geldt ook voor een scrollytell waarbij de lezer al bladerend een verhaal ontvouwt, of een chatbot waarmee je een gesprek kunt voeren met een object uit de collectie.
Europeana maakt een handig onderscheid tussen drie type verhaalformats die je zelf ook kunt toepassen:
Galleries — 20 tot 50 afbeeldingen rond één thema, bijeengebracht met een korte inleiding. Laagdrempelig en visueel sterk. Goed voor een eerste kennismaking met een onderwerp.
Blogs — Kortere teksten over een beknopt onderwerp. Denk aan het verhaal van één object, één persoon, of één plek. Pakkende tekst, aangevuld met treffende beelden.
Exhibitions — Langere, informatiedichte verhalen opgedeeld in hoofdstukken. De lezer kan lineair lezen of een eigen volgorde kiezen. Rijk aan visuals en interactie.
Tip voor je eigen verhaal
Kies je format op basis van hoeveel tijd je doelgroep heeft en hoeveel context je onderwerp nodig heeft. Een blog werkt goed voor een breed publiek dat snel wil weten waarom iets bijzonder is. Een exhibition is voor wie écht wil duiken.
Het mooiste verhaal helpt niemand als het onleesbaar is. In Nederland zijn ruim 2,5 miljoen mensen laaggeletterd, één op de zes. Dat zijn geen randgevallen. Het zijn bezoekers, buurtgenoten, potentiële lezers.
Schrijven op B1-niveau, denk aan een tekst over een actueel onderwerp in begrijpelijke taal, bereikt 80% van de Nederlandse bevolking. Dat betekent niet dat je alles platslaat. Het betekent dat je bewust kiest: korte zinnen, actieve werkwoorden, geen onnodig jargon.
Een handige vuistregel is de Gunning fog index: tel je eerste honderd woorden, kijk uit hoeveel zinnen ze bestaan, en deel. Bij een gemiddelde zinslengte van 12 tot 17 woorden zit je in het "standard" bereik. Boven de 25? Herschrijven.
Tien richtlijnen van het V&A Museum
Schrijf voor je publiek
Houd de tekst simpel en kort
Zorg voor een duidelijke lay-out met een centrale boodschap
Betrek het object
Wees eerlijk bij onzekerheden
Maak het menselijk
Plaats het in een bredere context
Schrijf zoals je praat
Schrijf helder en verzorgd
Verwijder elk woord dat je kunt missen
Een onderschat keuze bij het schrijven is de verteller. Musea gebruiken van oudsher de alwetende verteller — neutraal, informatiedicht, een beetje als een encyclopedie. Dat werkt, maar is minder persoonlijk. Steeds meer erfgoedinstellingen kiezen daarom bewust voor een persoonlijke verteller: iemand waar de lezer zich mee kan identificeren.
Het ik-perspectief brengt de lezer dicht bij de gebeurtenissen, maar geeft geen compleet beeld. Het jij-perspectief: "jij staat op het station, het is 1942", trekt de lezer actief de wereld in. Beide werken. Maar de keuze moet bewust zijn.
Tip voor je eigen verhaal
Vraag jezelf bij elk verhaal af: wie staat er centraal? En welk perspectief zorgt ervoor dat de lezer zich het beste kan inleven? Een eerste persoon verteller die de Tweede Wereldoorlog meemaakte is krachtiger dan een neutrale beschrijving van dezelfde gebeurtenissen.
Voor wie wil beginnen met digital storytelling voor erfgoed, vat Europeana het samen in zeven principes. Ze zijn eenvoudig, maar makkelijk over het hoofd te zien:
Wees persoonlijk
Stel je op als expert, maar blijf informeel
Vertel de verborgen verhalen
Illustreer je verhaal
Geef handvatten
Wees specifiek
Maak het levendig
Wat opvalt: geen van deze tips gaat over technologie. Ze gaan allemaal over schrijven. Digitale middelen ondersteunen een goed verhaal. Ze vervangen het niet.
Digital storytelling hoeft niet te beginnen met een groot budget of een technisch team. Er zijn laagtechnologische manieren om te beginnen die al veel opleveren:
Drie instapopties
Fotocollectie met context — Stel twintig gerelateerde objecten samen en schrijf voor elk een onderschrift dat het verhaal verder brengt. Samen vormen ze een gallery.
Blogserie — Kies een thema (een straat, een persoon, een tijdperk) en schrijf een reeks korte blogs. Publiceer periodiek zodat lezers reden hebben om terug te komen.
Keuze-verhaal — Schrijf een kort verhaal met vertakkingen. "Je staat voor twee deuren — welke kies je?" Het Egham Museum deed dit via Twitter. Simpel, effectief, gedenkwaardig.
Wil je verder gaan? Dan liggen scrollytelling, interactieve kaarten, chatbots en audio voor het oprapen. Maar begin bij de basis: een goed verhaal, helder geschreven, voor de juiste lezer. De rest is gereedschap.
"In het verleden ligt de sleutel voor het begrip van de eigen tijd."
— Hans Goedkoop, presentator Andere Tijden